
| INTRODUCTIE VAN EEN NIEUWE KAT IN UW HUIS |
Een nieuwe kat is altijd leuk en spannend. Het kan echter stress opleveren bij zowel het nieuwe dier als bij de al aanwezige huisdieren. Een kat is territoriaal wat betekent dat de omgeving erg belangrijk voor hem / haar is. Een kat zal een ander dier als indringer zien en als zodanig reageren, daarnaast houden katten niet van verandering. De introductie moet daarom rustig verlopen waarbij uw kat(ten) zelf het tempo aan geeft (geven).
Een nieuw kitten in huis
Voordat het kitten komt zorgt u natuurlijk dat alle spullen in huis zijn: etens- en drinkbakje, kattenbak, een krabpaal, speeltjes en een lekkere slaapplaats. Als u thuis aankomt, zet u het katje in de reismand in een rustige kamer waar alle zojuist genoemde spullen ook staan. Zet het deurtje open en laat hem / haar er zelf uitkomen. U laat het kitten even alleen zodat de omgeving verkend kan worden. Als het kitten ontspannen is kunt u met het katje spelen. Zodra het kitten in de kamer op zijn / haar gemak is laat u het kitten rustig ruimte voor ruimte kennis maken met de rest van het huis. Bedenk dat een kitten veel slaapt, om te groeien en om alle nieuwe indrukken te verwerken!
Een kitten bij de volwassen kat
Zorg dat de nieuwe kat eigen bakjes, mandjes, speeltjes etc. heeft. Misschien dat het later zo goed klikt dat ze bijv. de kattenbak en etensbakjes gaan delen maar in de beginfase bent u voorzichtig en probeert de kans op ruzie zo klein mogelijk te houden. Bij het ophalen van het kitten doet u een kleedje van de andere kat(ten) in de reismand zodat het katje al wat aan de geur(en) kan wennen. Zoals hierboven vermeld kiest u een rustige kamer uit waar de spullen staan. Het is verstandig om in deze kamer ook een bench te plaatsen die dienst gaat doen als eigen plek. Rustig zelf uit het reismandje laten komen en als de nieuweling op zijn / haar gemak is op de arm meenemen naar de rest van het huis: andere katten zien het kitten maar kunnen er nog niet te dichtbij komen. Het kitten ‘s nachts in de eigen kamer laten. Als het katje aan de bench gewend is zet u die met het kitten erin op een verhoging in de huiskamer: het kitten kan de situatie goed overzien en de andere katten bepalen het tempo van toenadering. Als dit goed gaat kunt u het katje op schoot nemen (kan al na 2 dagen , maar kan ook 2 weken duren tot u zover bent!) en de andere kat(ten) het kitten laten besnuffelen. Daarna gaat u het kitten aan de ene kant van de kamer voeren en de andere dieren aan de andere kant van de kamer. U brengt ze elke dag dichter bij elkaar.
Een kitten of volwassen kat bij de hond
Voor de introductie van een kitten of volwassen kat met de hond geldt hetzelfde patroon als beschreven bij ‘een kitten bij de volwassen kat’. Is uw hond erg druk, lijn hem/ haar dan aan als u de bench in de huiskamer zet zodat u meer controle heeft. Beloon uw hond voor goed gedrag en koppel het zien van het kitten of volwassen kat in de bench ook aan een beloning. Als het goed gaat kunt u de hond los laten lopen, houdt wel de riem aan de halsband zodat u uw hond makkelijk kan pakken als hij /zij toch achter de kat aangaat. Gaat dit een aantal keren goed dan kunt u ze alleen laten, zorg er altijd voor dat de kat zich terug kan trekken op een veilige plaats waar de hond niet bij kan komen (vb. hangmat, krabpaal, luik naar andere kamer)
Twee volwassen katten bij elkaar brengen
Het is zeer onverstandig om de katten direct bij elkaar te plaatsen om te kijken of het misschien goed gaat. Er is maar één keer een kans op een goede eerste ontmoeting. Geef beide katten een eigen (afsluitbare) kamer in huis met etens- en drinkbakje en kattenbak. Geef de nieuwe kat niet de favoriete kamer van uw eigen kat. Laat de katten afwisselend enkele uren door het huis lopen en zo hun geursporen afzetten. U kunt het wennen aan elkaars geuren stimuleren door wisselend de katten te aaien of met een washandje langs de kaaklijn van de kat (daar worden de geurstoffen afgegeven) te gaan en het washandje in de ruimte van de andere kat te leggen en omgekeerd. U kunt als extra steun ook een Feliway® verdamper in elke kamer in het stopcontact doen: die geeft synthetische geurstoffen af waardoor de stress bij de katten lager wordt.
Als de katten elkaar gaan opzoeken, bijv. onder de deur van de kamer ruiken zonder dat er agressief gedrag (grommen, blazen, haren overeind) wordt vertoond dan volgt de volgende stap. U gaat ze samen los voeren. U moet met twee personen zijn omdat de katten tegelijk iets lekkers moeten krijgen op ruime afstand (enkele meters) van elkaar. Het eerste contact wat ze met elkaar hebben wordt op deze manier beloond. Na de traktatie gaan ze elk weer naar hun eigen kamer. U doet dit een aantal keren per dag. Grommen of blazen ze naar elkaar, leid de nieuweling direct af met een speeltje en zet ze terug in hun kamers. Probeer het de volgende dag weer. Als het goed gaat laat u de katten na het eten steeds wat langer bij elkaar. Als er geen problemen tussen de twee katten lijken te zijn, kunt u ze zonder toezicht bij elkaar laten. Afhankelijk van de karakters van de katten kan deze introductie procedure 2 dagen tot 2 weken in beslag nemen.
Een derde kat erbij
De introductie van een derde kat gaat hetzelfde als bij een tweede kat. U stelt de nieuweling steeds aan één van de twee voor. Bedenk wel dat de introductie van een nieuwe kat de verhouding tussen de andere twee kan veranderen. Katten leven in sociale groepen. Een sociale groep kan uit één of meerder katten bestaan. Katten uit dezelfde sociale groep hebben onderling regelmatig contact met elkaar (wassen, slapen, eten). Katten uit verschillende sociale groepen kunnen wel in 1 ruimte zijn of samen op de bank liggen maar zullen geen contact maken. In een huishouden kunnen meerdere sociale groepen ontstaan.
Bronvermelding :Sonja van den End, gedragsadviesbureau ‘een nieuw kitten’ en ‘introductie van katten’. Praktijk voor kattengedrag ‘het introduceren van een nieuwe kat’. Fabcats.org “introduction of cats’’
| UIT DE PRAKIJK (door dierenarts Leon Oerlemans) |
Soms zijn dieren ziek en is niet meteen duidelijk wat de oorzaak is. Om dan een goede diagnose te stellen is het soms nodig met collega’s en/of specialisten te overleggen. Dan kan het even duren voordat het duidelijk wordt wat er aan de hand is en wat de therapie zal moeten zijn.
Hieronder volgt daarvan een goed voorbeeld:
Het is maandagavond en een van de laatste patiënten is Muis. Muis is een vondeling, dus de leeftijd is niet exact bekend. De baasjes van Muis ken ik erg goed en ik weet dat wanneer zij langskomen er eigenlijk altijd wel wat bijzonders aan de hand is.
Muis was erg mager, maar na een goede verzorging was hij weer mooi op gewicht, nu liep hij mank. Kort orthopedisch onderzoek wees al snel richting elleboogproblemen. In overleg met de eigenaren besluiten we de volgende dag foto’s te maken. Daaruit blijkt dat Muis zijn elleboog uit de kom heeft. Op de foto’s is ook al te zien dat het probleem al langere tijd speelt en zelfs al voordat de nieuwe baasjes Muis liefdevol hadden opgenomen.
De elleboog kunnen we helaas niet meer beter maken, daar zijn de botveranderingen al te ernstig voor. Resten er slechts twee mogelijkheden; Of de elleboog vastzetten (waardoor je een stijf pootje krijgt waar Muis wel een beetje op kan leunen) of dit pootje amputeren. De eigenaren kiezen voor het laatste.
In dat geval moet je er zeker van zijn dat het andere voorpootje helemaal goed is en in staat zal moeten zijn het gewicht te dragen. Daarom wordt voordat tot amputatie over wordt gegaan eerst nog een controlefoto gemaakt. Helaas lijkt het er op dat deze ook niet goed is.
De geplande operatie gaat dus niet door. Het lijkt er op dat we toch de elleboog van het manke voorpootje vast moeten gaan zetten. Een moeilijke en kostbare operatie die door een specialist moet worden uitgevoerd. Voor de zekerheid stuur ik de foto’s toch op naar de specialist van de DOCA in Amsterdam.
Woensdagmiddag, anderhalve week inmiddels na het eerste bezoek van Muis heb ik telefonisch contact met de orthopedische specialist; hij is er van overtuigd dat het gezonde pootje het gewicht moet kunnen dragen. Het lijkt alsof er stukjes bot los in het gewricht zitten, maar in werkelijkheid zijn dit verkalkingen in een pees van een spier. Muis heeft hier geen last van en alles ziet ernaar uit dat de operatie, waarbij het slechte pootje eraf gehaald wordt, Muis kan helpen!
Geschreven door eigenaresse Claudine:
Ik heb een hele zware periode gehad, ik moest namelijk een beslissing nemen over het amputeren van het voorpootje van onze vondeling kat Muis. Na een goed gesprek te hebben gehad met dierenarts Leon Oerlemans besloot ik dat dit het beste zou zijn voor het beestje.
Maandag ochtend moest ik hem brengen naar de kliniek en in de middag kreeg ik een telefoontje van Leon met de mededeling dat de operatie volgens het boekje was verlopen en kon ik Muis weer in de middag ophalen.
Helaas moest ik dezelfde nacht weer terug naar de kliniek omdat Muis hevige pijn had. Gelukkig kan je altijd op de kliniek rekenen dat er iemand aanwezig is. Dus kreeg Muis een sterke pijn injectie. Daarna kreeg hij last van stress waardoor het plassen niet lukte, dus ben ik nog wel een paar keer terug gegaan naar de kliniek.
Gelukkig na 2 weken is toch nog alles goed gekomen en voelt hij zich weer helemaal de oude zonder pijn! Muis en zijn baasje willen iedereen nog hartelijk bedanken voor alle goede zorg.
| GRATIS FOTOALBUM BIJ AANKOOP VANAF 3 KG GEZONDHEIDSVOEDING VAN ROYAL CANIN |
| ENCEPHALITIZOON CUNICULI EN MYIASIS (MADENZIEKTE) BIJ HET KONIJN |
Als vervolg op het stukje van de twee voorkomende virussen bij het konijn in de zomernieuwsbrief wordt in dit stukje 2 veel voorkomende aandoeningen bij het konijn besproken namelijk Encephalitizoon cuniculi en Myiasis (de zogenaamde madenziekte).
Encephalitozoon cuniculi
Algemeen
E. cuniculi is een zogenaamde protozoaire ziekte. Een protozoa is simpel gezegd een heel klein beestje wat met het blote oog niet is waar te nemen. Er zijn verschillende besmettingsroutes. Besmetting gebeurt via de urine van het ene naar het andere konijn of via de moeder die tijdens de zwangerschap het aan haar jongen doorgeeft. E. cuniculi komt ook bij andere diersoorten voor zoals de vogel maar geeft alleen bij konijnen klinische klachten. Zelfs de mens kan besmet worden, echter alleen mensen met een verminderde weerstand zoals AIDS patiënten zijn vatbaar voor deze ziekte. De ziekte komt meer bij oudere konijnen voor dan bij jonge konijntjes.
Symptomen
Een konijn die geïnfecteerd is hoeft niet meteen klachten te krijgen. De infectie komt pas tot uiting als de weerstand van het dier verminderd door bijvoorbeeld stress of een andere ziekte/aandoening. Als de infectie tot uiting komt zijn de meest voorkomende symptomen neurologische klachten als scheve kopstand en omvallen naar die kant, een draainek, slappe of verlamde achterpoten en meer drinken/meer plassen. Deze klachten ontstaan doordat de protozoa na opname migreert naar de nieren, hersenen, het evenwichtsorgaan en het ruggenmerg en het lichaam reageert met een afweerreactie tegen deze protozoa. Ook vermageren is een veel voorkomende klacht en recente publicaties doen ook melding van aantasting van de ogen waarbij je als het ware witte wolkige vlekken in de ogen ziet.
Diagnose
Als de dierenarts op basis van het verhaal van de eigenaar en het algemeen onderzoek het konijn verdenkt van E. cuniculi kunnen er twee dingen worden gedaan. Of uw konijn wordt op basis van de sterke verdenking behandeld (zie hieronder) zonder verdere diagnosestelling of er kan bloed worden afgenomen wat moet worden opgestuurd om te kijken of er antilichamen kunnen worden aangetoond tegen deze protozoa en daarmee een infectie kan worden bewezen. Dit laatste is nog zeer in ontwikkeling en om deze reden kiezen wij als praktijk nog altijd voor gelijk een behandeling instellen.
Behandeling
De behandeling bestaat altijd uit een ontwormingspasta (Panacur® ) die gedurende 1 maand 1 x daags gegeven moet worden. De rest van de behandeling hangt af van de verdere klachten. De medicatie waar het hier om gaat is antibiotica, primperid® (als het konijn een verminderde of geen darmwerking heeft), pijnstilling/ontstekingsremmer en vitamine B injecties om de zenuwcellen te laten herstellen. De prognose is vaak enigszins gereserveerd afhankelijk van hoe ver gevorderd de ziekte is. Er bestaat altijd een kans dat uw konijn wat restverschijnselen blijft vertonen tgv onherstelbare beschadigingen aan bijvoorbeeld het zenuwstelsel. Als laatste kan er nog vermeld worden dat acute gevallen, wanneer er nog geen reactie van het lichaam op de protozoa is, prognostisch beter is dan de chronische gevallen. Het is echter zeer lastig om de ziekte te herkennen als deze typische symptomen nog niet aanwezig zijn.
Myiasis (Madenziekte)
Algemeen
Zodra de eerste warme dagen er weer zijn neemt het aantal vliegen toe en daarmee de kans op Myiasis bij het konijn. Hierbij gaat het om de zogenaamde “groene vlieg” die het liefst zijn eitjes legt in een omgeving waar het broeierig is. Een natte vacht of een vacht vol met ontlasting of een ontstoken huid voldoet aan deze eisen en zorgt er dus voor dat de vliegen hun eitjes daar gaan deponeren en daarmee beginnen de problemen. Na 1-2 dagen komen er maden uit deze eitjes en deze eten als het ware het konijn levend op. Het is dus van levensbelang er zo snel mogelijk bij te zijn voordat de maden al teveel schade hebben gegeven.
Symptomen
Meestal is het konijn erg onrustig maar er zijn er ook bij die zich verstoppen van de jeuk en de pijn die het geeft. Uw konijn stopt vaak met eten wat het prognostisch minder goed maakt. Zoals hierboven vermeld komen de vliegen op een natte vacht of ontlasting af. De belangrijkste klacht is natuurlijk het vinden van maden op het konijn of in het hok.
Risicofactoren
|
Behandeling
Als u maden bij uw konijn ontdekt is het zaak zo snel mogelijk een dierenarts te contacteren want hoe eerder je erbij bent hoe meer kans op overleving. Als eerste moet er gecontroleerd worden hoeveel schade de maden hebben aangericht. Zodra zij zich namelijk al in de buikholte bevinden wordt het prognostisch erg slecht. Als dit niet het geval is gaat de dierenarts uw konijn wassen met een maden dodende shampoo en uiteraard alle maden +eitjes verwijderen. Na dit wassen komt de schade vaak pas echt goed in zicht. De verdere behandeling hangt af van de verdere klachten. Meestal wordt er een pijnstilling/ ontstekings remmer opgestart en eventueel antibiotica. Mocht het konijn slecht/niet eten moet er ook iets gegeven worden om de maagdarmmotiliteit op gang te brengen en moet er gedwangvoederd worden. Als laatste moet natuurlijk de oorzaak worden aangepakt om terugkerende klachten te voorkomen. Als eigenaar heeft u ook een opdracht namelijk de omgeving van het konijn goed schoonmaken, inclusief eetbakje en drinkflesje. Mochten er nog meer konijnen in het hok zitten controleer deze dan ook op maden.
Het beste is natuurlijk voorkomen, adviezen om de kans op Myiasis te verminderen zijn:
|
| TIJGERTJE TERUG OP 1 ALS MEEST POPULAIRE KATTENNAAM IN NEDERLAND |
Tijgertje is weer de meest populaire kattennaam in Nederland. Dat blijkt uit de jaarlijkse Honden & Katten Namen Top 10 van huisdierenverzekeraar Proteq Dier & Zorg. Vorig jaar was Tijgertje verdrongen door Simba, maar evenals in 2007 staat Tijgertje nu weer op de eerste plaats. Bij de honden blijft Max onbetwist de nummer 1. De marktleider op het gebied van ongevallen- en ziektekostenverzekeringen voor honden en katten houdt het onderzoek sinds 2006.
Opvallende nieuwkomers: Diesel bij honden, Kitty bij katten
De afgelopen 12 maanden is Diesel de grootste stijger bij de honden en staat dan nu ook op de 4e plaats. Bij de katten is dat Kitty geweest, maar nog onvoldoende voor een top 10 positie. Of deze trend zich zal doorzetten zal volgend jaar moeten blijken. “Hoe baasjes de naam voor hun hond of kat kiezen is ons niet bekend. Opvallend is wel dat mensen hun huisdier een “krachtige” naam geven,” aldus Martijn Meijlink van Proteq Dier & Zorg. “Verder zien we dat ook steeds vaker wordt gekozen voor een meer ‘menselijke’ naam, zoals Sam, Bo en Max. Dit ligt in lijn met de uitkomsten van het TNS NIPO onderzoek waaruit blijkt dat huisdieren een steeds volwaardiger lid worden van het gezin – wat een van de belangrijkste uitkomsten was van het TNS NIPO-onderzoek dat wij recent hebben gedaan.”
De top 5 van 2009:
Hond 1. Max 2. Luna 3. Bo 4. Diesel 5. Sam
Kat 1. Tijger(tje) 2. Tommy 3. Simba 4. Sam 5. Gizmo
In het verlengde hiervan signaleert Proteq Dier & Zorg dat het verzekeren van honden en katten voor ongevallen en ziekte steeds gebruikelijker wordt. Nederland volgt hiermee de Scandinavische en de Engelse markt. Onlangs verwelkomde Proteq Dier & Zorg de 100.000ste klant.
Over Proteq Dier & Zorg
Met meer dan 100.000 klanten en een marktaandeel van ruim 70 procent is Proteq Dier & Zorg veruit de grootste dierenverzekeraar van Nederland. Vanuit deze rol draagt Proteq Dier & Zorg bij aan verantwoord huisdierbezit: wij dekken vrijwel alle kosten die worden gemaakt voor medische behandelingen van honden en katten als gevolg van een ongeval of ziekte. Hiermee maken wij betere zorg voor huisdieren mogelijk. Proteq Dier & Zorg is onderdeel van SNS REAAL en is gevestigd in Heerhugowaard.
| BLAASSTENEN BIJ DE HOND |
Regelmatig zien wij honden die problemen hebben met het plassen. Dat kan variëren van moeite met plassen, lang plassen, vaak kleine beetje of bloed bij de urine.
Allereerst beginnen we met een algemeen onderzoek en als de eigenaar een urinemonster meegenomen heeft, bekijken we deze op aanwezigheid van rode of witte bloedcellen, glucose, dichtheid van de urine en andere bepalingen en bekijken we de urine ook onder de microscoop op de aanwezigheid van kristallen of afwijkende cellen.
Soms geeft dit onderzoek al aanwijzingen dat er sprake is van gruis en misschien zelfs van complete stenen in de blaas. Deze stenen worden gevormd doordat het gruis, de kristallen, samenklonteren tot grotere delen. Niet zelden treffen we blaasstenen aan de centimeters groot zijn.
Problemen door blaasstenen zien vaker bij reuen dan bij teven. Dit komt doordat de plasbuis bij reuen langer is, in een bocht loopt en relatief nauwer is dan bij teven. Reuen lopen dan ook meer kans op blokkade van de plasbuis. Dat kan variëren van een gedeeltelijke blokkade, waarbij nog wel wat urine langs kan en de hond dus wel plast maar dan vaak met kleine straal. Bij een complete blokkade kan geen urine meer passeren en probeert de hond wel te plassen, maar zonder resultaat.
De diagnose blaasstenen kan je soms al stellen door de buik te voelen. De blaas kan dan aanvoelen als een “knikkerzak”. Meestal echter levert het voelen niets op en gaan wij over tot het uitvoeren van een echografisch onderzoek van de buik of tot het maken van röntgenfoto’s. Stenen tekenen van erg mooi af op een foto en het is dan belangrijk om te tellen hoeveel stenen er in de blaas zitten.
De therapie betekent altijd een operatie. Bij een complete blokkade doordat een steen in de plasbuis vast is gelopen is een spoedoperatie. Bij weinig problemen kan even gewacht worden. Bij een operatie wordt als eerste een katheter via de penis en door de plasbuis ingebracht in de blaas. Als er een steen in de plasbuis zit, proberen wij deze terug te spoelen naar de blaas. Na het inbrengen volgt de operatie waarbij de buik en de blaas worden geopend. Zorgvuldig worden dan alle stenen verwijderd en geteld. Het aantal wordt vergeleken met de röntgenfoto om te controleren of alle stenen verwijderd zijn. Via de katheter wordt net zo lang gespoeld dat alle steentje gevonden zijn. Vervolgens wordt de blaas en de buik weer gesloten. De operatie is een secuur werkje, de prognose is zeer goed. De blaas heeft een groot vermogen om te herstellen. Na de operatie wordt tot slot vaak weer een röntgenfoto genomen om te controleren dat alle stenen zijn verwijderd.
In een enkel geval lukt het niet om een vastgelopen steentje terug te spelen. Vaak bevinden die steentje zich vlak voor het penis botje, een vernauwing aan het einde van de plasbuis. De enige therapie die dan mogelijk is, is het maken van een nieuwe plasopening achter het penisbotje. Het slijmvlies van de plasbuis wordt dat gehecht aan de huid. Via dit nieuwe gat wordt dan de katheter ingebracht en wordt de procedure zoals hierboven beschreven uitgevoerd.
De stenen sturen wij vervolgens op naar een laboratorium om te kijken welke mineralen of verbinding er aan ten grondslag liggen. Dit is belangrijk om te weten omdat we voor de toekomst de vorming van nieuwe stenen willen voorkomen. De uitslag bepaalt de vervolgtherapie. Meestal zal het voer levenslang aangepast moeten worden middels een dieetvoer dat alleen bij een dierenarts verkrijgbaar is. Soms is het ook nodig om medicijnen te gebruiken. Zo komen bij sommige rassen bepaalde enzymtekorten voor. Denk daarbij aan zogenaamde uraatstenen bij Dalmatiërs.
Teven kunnen ook blaasstenen ontwikkelen maar door de relatief wijdere plasbuis, kunnen deze sneller uitgeplast worden. Bij teven met gruis of stenen kan echter wel, net als bij de reu, sprake zijn van terugkomende blaasontsteking. Ook dan moet een röntgenfoto uitkomst bieden. De terugkerende infectie wordt veroorzaakt doordat stenen vaak poreus zijn en bacteriën kunnen herbergen die de blaasontsteking kunnen blijven veroorzaken.
Als u naar aanleiding van deze bijdrage problemen vermoedt bij uw hond, is het zaak contact met ons op te nemen. Neem altijd een urinemonster mee. Bedenk wel dat bloed bij de urine niet normaal is en voorbode kan zijn van dieper gelegen problemen. Uiteraard is een hond die wel wil, maar niet kan plassen altijd een spoedgeval.
| OOGAANDOENINGEN BIJ DE HOND EN DE KAT (DEEL II) |
Uveïtis Uveïtis is een verzamelnaam voor alle inwendige ontstekingen in het oog. De uvea is het binnenste laagje van het oog, dat bestaat uit het regenboogvlies (iris), het straalvormig lichaam (corpus ciliare) en het vaatvlies (choroidea). Uveitis kan heel plotseling beginnen en kan optreden aan een of aan beide ogen. De symptomen zijn erg uiteenlopend. Een dier kan gaan knijpen met een oog door pijnlijkheid, maar er kan ook kleurverandering van het regenboogvlies (iris) en/of van het hoornvlies en het oogslijmvlies optreden, waardoor het oog waziger kan lijken. Door pijnlijkheid kan het dier ook stoppen met eten en drinken. Er zijn verschillende oorzaken voor uveïtis, welke we als volgt kunnen indelen: infectieus, stofwisselingsproblemen, trauma, afweersysteemproblemen, tumoren, onbekend.
Infectieus. Infectieuze oorzaken kunnen weer onderverdeeld worden in virussen, bacteriën, parasieten, protozoën en schimmels/gisten. Virussen vormen de belangrijkste infectieuze oorzaak. Bij de hond zijn dat hepatitis (canine adenovirus), hondenziekte (distemper virus) en hondsdolheid (rabiës virus). Een goed vaccinatiebeleid heeft ertoe geleid dat de deze virussen nog maar heel zelden voorkomen in Nederland. In Nederland komt hondsdolheid bij huisdieren en wilde dieren in principe niet meer voor (bron: RIVM). Bij de kat zijn dat FIP (feline infectieuze peritonitis, veroorzaakt door een coronavirus) FeLV (feline leukemie virus) en FIV (feline immunodeficientie virus, ook wel kattenAIDS). Deze virussen worden nog wel regelmatig gezien bij katten.
Stofwisselingsproblemen. Een verhoogd gehalte aan circulerende vetzuren (hyperlipidemie, diabetes mellitus) kan uveitis veroorzaken, maar ook een verhoogde bloeddruk (hypertensie).
Trauma. Perforatie van de oogbol, zoals een doorn of een nagel, kan gemakkelijk leiden tot een uveïtis.
Afweersysteemproblemen. Het lichaam kan zich richten tegen ‘lichaamseigen’ cellen in het oog en een ontstekingsreactie veroorzaken.
Tumoren(gezwellen). Tumoren in het oog (bijv. een melanoom), of aan de uvea zelf kunnen bovenstaande problemen ook veroorzaken.
Onbekend. Het komt voor dat er geen oorzaak gevonden wordt.
Alle vormen van uveïtis kunnen lijden tot een tijdelijke of permanent e vermindering van het gezichtsvermogen. Het is van belang dat een grondig oogonderzoek wordt verricht en tijdig wordt ingegrepen. De behandeling is afhankelijk van de oorzaak, maar dient direct te worden ingesteld om verwijdering van het oog te voorkomen.
Glaucoom In geval van glaucoom is er sprake van een verhoogde druk in het oog. Het kan worden onderverdeeld in primair en secundair glaucoom.
Primair glaucoom komt zelden voor bij de kat, maar regelmatig bij de hond. De meest voorkomende vorm van primair glaucoom bij de hond wordt veroorzaakt door een afwijkende structuur van het afvoerkanaal van oogvocht (kamerwater) aan de basis van de iris. De afwijking is erfelijk bepaald en wordt vaak gezien bij de Cocker spaniel, Basset, Samoyeed, Siberische husky, Bouvier, terriers, miniatuur Poedel, ChowChow en de Shar Pei.
Secundair glaucoom. Dit treedt op ten gevolge van een andere oogziekte of trauma. Iedere aandoening waarbij de afvoer van het kamerwater verstoord raakt kan leiden tot glaucoom.
Zo kan het optreden na:
|
De symptomen van glaucoom zijn afhankelijk van de oorzaak, de duur en de mate van verhoging van de oogdruk. Een dier kan gaan knijpen met het oog, het oog kan gaan uitpuilen, er kan een traanstreep verschijnen en ook bij glaucoom kan een dier kan stoppen met eten vanwege pijnlijkheid. Het is belangrijk snel op te treden om schade aan het oog zoveel mogelijk te beperken. Afhankelijk van de oorzaak dient een therapie ingezet te worden. Het meest belangrijke is de oogdruk zo snel mogelijk te verlagen, om blijvende schade te voorkomen.