TANDPROBLEMEN, IS MIJN HUISDIER TE OUD OM DAAR NOG WAT AAN TE DOEN?                                            

Voor dierenartsen is dit een veel gehoorde vraag. Tandproblemen komen namelijk vaak voor bij oudere dieren. De eigenaar ziet op tegen de narcose en de risico’s daarvan.

Hoe weet ik of mijn dier last heeft van tandproblemen?

De meest gehoorde klacht is: mijn dier stinkt zo uit zijn bek. Toch is dit niet echt een betrouwbare maatstaf, soms gaat het zo langzaam dat je zelf gewend raakt aan de geur. Als het heel erg wordt kan het zijn dat vrienden en kennissen je eropgaan wijzen, maar zo ver wil je het eigenlijk niet laten komen. Ook andere symptomen zoals veel gaan kwijlen en moeite met het eten van harde brokken komen niet bij alle dieren voor, en vaak pas in een laat stadium. Aan de andere kant betekenen deze symptomen wel,áals je ze ziet, dat het belangrijk is contact op te nemen met de kliniek.

Een goede indruk geeft een bekinspectie. De meeste honden in onze praktijk laten het prima toe om in de bek te laten kijken. Als u zelf constateert dat er sprake is van tandplaque/-steen (een donkere aanslag op de witte tanden) of ontstoken tandvlees (een rode rand om de tanden/kiezen, die snel gaat bloeden) of als een tand een afwijkende kleur heeft, is het belangrijk contact op te nemen met de praktijk voor een gebitscontrole. Niet het hele gebit hoeft aangetast te zijn, soms is het zelfs maar 1 kies die een probleem veroorzaakt.

Bij katten is bekinspectie doorgaans een stuk moeilijker. Als het lukt zijn de symptomen hetzelfde, maar daarnaast kunnen katten ook echte gaatjes in hun tanden krijgen. De tanden zijn dan onregelmatig en de gaatjes zijn roze/rood.

Een goede controle van het gebit kan worden uitgevoerd in de kliniek. De dierenarts kijkt ieder jaar bij de enting van uw hond of kat het gebit na. Meestal is die jaarlijkse controle voldoende, omdat de achteruitgang van het hele gebit een geleidelijk proces is. Om een extra controlemoment aan te kunnen bieden hebben wij besloten mee te doen aan de maand van het gebit. Dan kan een afspraak gemaakt worden met de praktijk voor een gratis gebitscontrole en er zijn speciale acties voor de gebitsverzorgingsproducten.

Als een dier tandproblemen heeft, wat is er dan aan te doen?

De aloude dooddoener “voorkomen is beter dan genezen” is ook hier van toepassing. Bij beginnende tandproblemen werken preventieve maatregelen soms ook nog om verdere schade te voorkomen. Bijna alle preventieve maatregelen werken beter bij honden dan bij katten. De beste preventieve maatregel is tanden poetsen: 1x per dag met een zachte gewone of een speciale dierentandenborstel. Dierentandpasta heeft een lekkere smaak waardoor dieren het makkelijker accepteren. Gebruik nooit mensentandpasta! Daarnaast hebben kauwspeeltjes/staafjes zeker een toegevoegde waarde. Voor katten en honden zijn er eigenaar-vriendelijke producten op de markt. Bijv. Vet Aquadent ®, dat moet worden toegevoegd aan drinkwater en dat plaquevorming voorkomt. Er is ook speciaal voer, Royal Canin Dental ®, dat zowel voor honden als katten bestaat.

Als de tandproblemen echt te erg zijn, komt een gebitsbehandeling bij de dierenarts in beeld. Tandsteen is namelijk niet te verwijderen met poetsen. Onder narcose wordt het tandsteen verwijdert, eventueel worden tanden getrokken als ze niet meer te redden zijn en de overgebleven tanden worden gepolijst. Na een gebitsbehandeling is het van belang om preventief aan de slag te gaan met bijv. poetsen of speciaal voer. Als er na de behandeling niets gedaan wordt kunnen binnen 6 maanden opnieuw problemen ontstaan.

En dan komen we terug op de vraag Moet ik mijn bejaarde kat of hond nog zo’n narcose aandoen en komt hij er dan niet slechter uit? De laatste jaren is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van de geriatrie bij gezelschapsdieren. De mogelijkheid van bloedonderzoek voorafgaand aan de narcose is een groot winstpunt. Hiermee kan de dierenarts beter inschatten of de narcose goed zal verlopen en ook kunnen verborgen problemen opgespoord worden, die wellicht beter eerst behandeld kunnen worden. Het belangrijkste voor het gebit is de mogelijkheid om de functie van de nieren te controleren, nierproblemen kunnen nl. tandsteenvorming veroorzaken. Daarnaast is de narcose zelf de laatste jaren flink verbeterd. Nieuwe middelen met minder bijwerkingen, die een minder grote aanslag op het lichaam plegen, zijn nu beschikbaar. De dierenarts wilt u hier graag over informeren. Ook de verzorging na de operatie is verbeterd. De dierenarts zal naast antibiotica ook pijnstillers meegeven (wel zo prettig, tandbehandelingen zijn pijnlijk). We weten dat het voor oudere dieren van belang is dat ze vlak na de narcose al gaan eten. Het welzijnsniveau van de hond of kat verbetert meestal sterk na een gebitsbehandeling. Ze eten vrijwel meteen beter, een teken dat ze toch (onopgemerkt) pijn hebben gehad. Ook voor de gezondheid van het dier is het beter. Ontstoken tandvlees is een bron van bacteriën en een constante aanval op het immuunapparaat. Daardoor kunnen allerlei ziekten sneller ontstaan.

De conclusie zou dus moeten zijn dat, als de oude hond of kat verder gezond is (en de dierenarts kan daar met lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek een beeld van geven), het zeker de moeite waarde is om aan gebitsbehandeling te doen, zowel voor de gezondheid als voor het welzijn van uw dier. Daarna moet u, als eigenaar, met preventieve maatregelen aan de slag om het effect van de behandeling zo lang mogelijk aan te laten houden.

 CULTUURAGENDA

Rijksmuseum voor oudheden Leiden
Datum: 24 april 2008 t/m 4 januari 2009
Titel: Dierenmummies
Krokodillen, apen, katten: Je kunt het zo gek niet bedenken of de oude Egyptenaren maakten er mummies van! Ben je benieuwd hoe ze dat deden? Kom dan naar de tentoonstelling ‘Dierenmummies’ en bekijk maar liefst 70 dierenmummies van binnen en van buiten. Door middel van foto’s, opgezette dieren, scans en skeletten kom je van alles te weten over de Egyptenaren en hun dieren. De tentoonstelling is leuk én leerzaam voor kinderen en hun ouders. (www.rmo.nl)

Natuurmuseum Nijmegen
Datum: van 17 februari 2008 t/m 06 juli 2008
Titel: "Beesten en bloemen, hoe zal ik ze noemen?"
Inspiratiebron voor deze tentoonstelling is de Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus, die wereldberoemd is geworden met zijn indeling van het dieren- en plantenrijk. Linnaeus (1707-1778) zorgde ervoor dat levende wezens met dezelfde uiterlijke kenmerken bij elkaar werden gebracht.Deze interactieve tentoonstelling maakt duidelijk waarom de mens vroeger en nu alles om zich heen wil ordenen. De tentoonstelling is geschikt voor bezoekers vanaf acht jaar. (www.natuurmuseum.nl)

Museum Boerhaeve Leiden
Datum: van 15 november 2007 t/m 22 juni 2008
Titel: "Mijn huid"
Mijn huid is een prikkelende tentoonstelling over de wonderlijke veelzijdigheid van het grootste orgaan van ons lichaam. De tentoonstelling volgt de ontwikkelingen in onze opvattingen over de huid, hoe zij ons confronteert met onszelf, wat zij is en wat zij betekent. Bijzondere afbeeldingen, objecten en instrumenten uit de medische geschiedenis en het dagelijkse leven zijn hier samengebracht om onze relatie met gezonde en aangetaste huid te duiden.(www.museumboerhaave.nl)

Hortus botanicus Leiden
Datum: van 10 februari 2008 t/m 30 maart 2008
Titel: "Stadsvogel zoekt huis - Vogelhuisjes in de Hortus"
Steeds meer stadsvogels hebben moeite om te overleven in de stad. Dit heeft verschillende oorzaken waarvan er één het tekort aan mogelijke broedplaatsen is. RAP Architectuurcentrum wil aandacht vragen voor dit probleem en organiseerde een ontwerpwedstrijd voor vogelhuisjes.Van 10 februari tot en met 30 maart zijn er in de Hortus meer dan 50 vogelhuisjes te ontdekken in tuin en kassen. Gaat de stadsvogel voor design of voor traditie? Kies uw favoriet. (www.hortus.leidenuniv.nl)

 HELP! DE KAT PLAST IN HUIS

Helaas komt het regelmatig voor dat de kat van de één op de andere dag in huis is gaan plassen. Ineens wordt niet alleen nog maar in de kattenbak geplast, maar ook op andere plaatsen in het huis. Dit plassen kan veroorzaakt worden door een onderliggende ziekte, door de behoefte van uw kat zijn/haar terrein te markeren, of door stress. Hieronder worden deze oorzaken kort toegelicht.

Onderliggende ziekte

Veruit de belangrijkste onderliggende ziekte waardoor poezen en katers op andere plaatsen gaan plassen dan in de kattenbak is blaasontsteking. De meeste dieren met een blaasontsteking lopen vaker naar de kattenbak en blijven langer zitten om te plassen (persen). In veel gevallen is ook sprake van bloed in de urine. Wanneer u (één van) deze verschijnselen ziet is het zaak urine op te vangen en uw poes of kater te laten onderzoeken door de dierenarts. Urine kunt u opvangen door speciale korrels in de (schone!) kattenbak te doen, die de urine niet absorberen. Op basis van een goed lichamelijk onderzoek en een urineonderzoek kan dan vastgesteld worden of het inderdaad gaat om een blaasontsteking.

   
              Met katkor niet-absorberende kattenbakkorrels  kan uit de kattenbak eenvoudig urine opgezogen worden
                                                                     met een plastic pipetje. (verkrijgbaar bij onze kliniek)

Wat belangrijk is om te weten is dat bij het grootste deel van de katten de blaasontsteking niet door bacteriën wordt veroorzaakt en een antibioticum in de meeste gevallen niet in eerste instantie wordt voorgeschreven. De blaaswand raakt geïrriteerd en er komt een ontstekingsreactie op gang. De ontstekingsreactie kan er voor zorgen dat blaasgruis zich vormt in de urineblaas. Naast de ontstekingsremmer dienen we dan ook de voeding aan te passen. In het algemeen dient dit voer dan levenslang gegeven te worden om terugkerende problemen te voorkomen. Wat ook belangrijk is, is dat uw dier goed blijft drinken, zodat op die manier de urineproductie wordt gestimuleerd. De ontsteking (evt. in combinatie met gruis) kan vooral bij gecastreerde katers voor een levensbedreigende situatie zorgen, nl. dat de plasbuis wordt afgesloten door blaasgruis en/of ontstekingscellen. Indien u bij uw kater wel het persen ziet, maar geen urine, is het noodzaak dat u z.s.m. de dierenarts consulteert!

Markeren

Onderdeel van het natuurlijk gedrag van katten is dat ze territorium willen afbakenen m.b.v. geurstoffen in de urine. Vaak wordt gedacht dat alleen katers plassen om hun gebied af te zetten, maar ook poezen doen dit! Dit plassen wordt ook wel sproeien genoemd en ziet er vaak net wat anders uit dan hoe de kat op de kattenbak plast. Bij sproeien gaat de staart vaak recht omhoog, begint wat te trillen en er volgt een straaltje urine. Redenen voor sproeien kunnen de volgende zijn:

  • Indringers. Er is een buurkat binnen geweest en heeft in huis zijn/haar sporen achtergelaten. Uw eigen kat wil zijn/haar eigen lucht weer laten overheersen. 
  •  Potentiële indringers. Uw kat kan door het raam de buurkat wel zien, maar kan deze niet persoonlijk wegjagen, omdat uw kat niet naar buiten kan.

Het spreekt voor zich dat het van belang is indringers buiten de deur te houden. Dit kan bv. door het kattenluik te voorzien van een magneet, waardoor alleen uw kat naar binnen kan. Lastiger wordt het als uw kat de buurkat wel kan zien en als gevolg daarvan gaat sproeien. Het is immers niet altijd even gemakkelijk uw dier (visueel) af te schermen van de buurkatten (gordijnen dicht bv.). U kunt om dit voorkomen een plukje watten langs de kin van uw kat te wrijven en deze pluk op de plaats waar de kat plast neerleggen. Zo ruikt dat plekje dan naar uw eigen kat (die immers d.m.v. kopjes geven ook zijn/haar luchtje afgeeft) en neemt u de noodzaak bij uw kat weg daar nog een eigen luchtje aan te geven d.m.v. urine.

Stress

Indien een onderliggende ziekte door onderzoek is uitgesloten kan het zijn dat uw kat plast t.g.v. stress. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat stress in het algemeen een hele belangrijke factor vormt bij de ontwikkeling van plasproblemen bij de kat. Welke stressfactoren zijn er zoal die een bijdrage kunnen leveren aan plasproblemen?

  • Meerdere katten die 1 kattenbak moeten delen. Het meest verstandig is voor iedere kat een eigen kattenbak te hebben in huis.
  • De kattenbak staat niet op een rustige plaats. Door de drukte in de omgeving vindt de kat het niet prettig in de kattenbak te verblijven.
  • Er zit een kap op de kattenbak, of juist niet meer. Sommige katten plassen niet op een dichte kattenbak, maar juist wel op een open, of omgekeerd.
  • Het kattengrit is veranderd. Verandering van grit kan ervoor zorgen dat de kat de kattenbak niet meer aantrekkelijk vindt.
  • Plotselinge veranderingen in de leefomgeving van de kat. Denk aan een verhuizing, een baby in huis, een nieuw huisdier, vakantie van de eigenaar. Probeer ervoor te zorgen dat uw kat de baby, het nieuwe huisdier, of uw vertrek met iets prettigs associeert. U kunt bv. een stukje lekkers geven als uw kat in de buurt van de baby of het andere dier komt. Zorg er wel voor dat u de kat nooit alleen met de baby laat!

Bovenstaande zaken kunnen ervoor zorgen dat uw kat minder vaak de kattenbak bezoekt en daardoor een blaasontsteking gaat ontwikkelen. Het tijdig onderkennen van een blaasprobleem en vooral de oorzaak is van groot belang, zeker bij gecastreerde katers. Het meest belangrijke in de therapie is de ontstekingsreactie te doorbreken, het voer aan te passen en stressfactoren bij uw kat weg te nemen. Indien u nog vragen naar aanleiding van bovenstaande heeft, kunt u uiteraard contact opnemen met één van de medewerkers van onze kliniek. Wij beantwoorden graag uw vragen!

 VOOR U GELEZEN

Xylitol is dodelijk voor honden
(Consudel aug. / sept. 2007)

Er verschenen de laatste tijd opmerkelijke berichten over de zoetstof xylitol in de Amerikaanse media. Het is een ingrediënt dat in steeds meer voedingsmiddelen gebruikt wordt, waaronder bijvoorbeeld kauwgom, maar ook in bepaalde bakkerijproducten. Nu is al langer bekend dat chocolade giftig is voor honden, maar dit geldt dus eveneens voor xylitol. Xylitol stimuleert namelijk de insulineproductie in het lichaam enorm. Honden kunnen daar niet tegen en lopen onder meer dodelijke leverziekten op. Ook breekt de zoetstof bij honden de rode bloedcellen af. Wrigley plaatst daarom op kauwgomverpakkingen al waarschuwingen.

Wat ze in Amerika nu weer met honden doen
(NRC september 2007 door Marvin Jacobs)

Hondenliposuctie
Een groeiend aantal klinieken in de VS biedt cosmetische operaties voor honden aan. In principe worden dit soort operaties enkel uitgevoerd als het medisch noodzakelijk is. Bijvoorbeeld omdat een hond door overtollige huid moeite heeft met ademen of zien. Maar in de praktijk blijkt medisch noodzakelijk’ een rekbaar begrip. Zo zijn er in de VS dierenartsen die reconstructieve chirurgie aanbieden waarbij ze littekens bij honden camoufleren. Het Boca Greens Animal Hospital in Florida ging een tijd geleden nog verder en voerde liposuctie uit op het chihuahua teefje Pumpkin. Ze ging van 5.5 kg naar 5.3 kg. Met dit gewicht behoort Pumpkin nog steeds tot de 40% Amerikaanse honden die lijdt aan overgewicht.

Rent-a-dog
Voor wie wegens praktische redenen, zoals een te klein huis of een te volle agenda geen hond kan aanschaffen, maar zijn dierenliefde toch vorm wil geven kan terecht bij FlexPetz. Tegen betaling van zevenhonderd dollar per jaar kun je een rent-a-dog uitzoeken, de daghuur van 24,95 (doordeweeks) of 39,95 dollar (weekend) komt daar nog bovenop. Dit bedrag is inclusief eten, speeltjes en andere benodigdheden. Potentiële FlexPetz-leden worden gescreend. In de VS zijn nu drie filialen, meer zullen volgen en ook in bijv. Londen. De kritiek dat het wreed voor de honden is om steeds van baasje te wisselen wordt door oprichtster Marlena Cervantes bestreden: de dieren komen uit het asiel en daarmee vergeleken is het leven als huurhond zo slecht nog niet.

Gevoelloos in het dierenrijk
(Volkskrant 30 nov. 2007)

Dieren proberen in levensbedreigende situaties te overleven door gevoelloos te worden. Voornamelijk kleine prooidieren gebruiken deze techniek, die ook wel de Todstell-reflex genoemd wordt. Dieren halen alles uit de kast om hun belager te laten denken dat ze dood zijn. Hun bloeddruk daalt, net als hun hartslag, ze worden koud, slap en hun pupillen draaien weg. Vooral slangen zijn hier goed in: zij draaien half op hun rug, hangen tong uit de mond en hopen op betere tijden. Bij mensen is deze Todstell-reflex ook waar te nemen. Onder aanhoudende dreiging wordt de hartslag trager, de ademhaling oppervlakkiger en zelfs de huid kouder. Mensen voelen zich hierdoor doof en onverschillig, wat hen helpt hun angst te bedwingen.

 HONDENRASSEN: DE WEST HIGHLAND WHITE TERRIER

De West Highland White Terriër is afkomstig uit de bergachtige streek in het westen van Schotland. Hij is waarschijnlijk een witte variant van de Cairn Terriër die in de negentiende eeuw door de familie Malcolm de Poltalloch selectief gefokt is. Later zou Kolonel Malcolm definitief de witte kleur vastleggen. De rasclub stelde in 1906 de eerste rasstandaard op. De West Highland White Terriër is tegenwoordig erg populair.  

        

 Type hond
Kleine Terriërs

Land van herkomst
Groot-Brittannië, Schotland

Oorspronkelijke naam
West Highland White Terriër

Andere naam
Westie

Karakter
De West Highland White Terriër is rustiek, levendig, moedig, erg onafhankelijk, koppig en heeft een sterk karakter. Hij is een uiterst vriendelijke, vrolijke, kindvriendelijke gezelschaps- hond. De West Highland White Terriër is een goede waker die bij elk verdacht geluid alarm slaat. Het is een geduchte jager op vossen, dassen en ander roofwild. Een consequente opvoeding is nodig om er makkelijk mee te kunnen samenleven.

Verzorging
Hij past zich goed aan het leven in een appartement aan op voorwaarde dat hij voldoende lichaamsbeweging krijgt. De West Highland White Terriër moet dagelijks geborsteld worden. De witte vacht van de hond vraagt speciale aandacht. De hond moet regelmatig getrimd worden. Wanneer hij mee doet aan tentoonstellingen moet hij ook getoiletteerd worden.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.

Hoofd
Rond. Licht bolvormige schedel. Duidelijke stop. De snuit wordt fijner naar de neus toe. Zware wenkbrauwbogen. Sterke kaken.

Ogen
Van gemiddelde grootte, ver uit elkaar, niet rond, zo donker mogelijk.

Oren
Klein, stijf rechtop gedragen, eindigen op een spitse punt (prikoren).

Lichaam
Compact. Gespierde hals. Diepe borstkas. Goed gewelfde ribben. Rechte rug. Brede sterke lendenen. Krachtige achterhand.

Ledematen
Kort, gespierd, bewegelijk. Ronde, sterke voeten.

Staart
Met een lengte van 12.5-15 cm, bedekt met stugge haren, zonder pluim, zo recht mogelijk, fier gedragen maar niet vrolijk noch op de rug gekruld.

Vacht
Stug, ongeveer 5 cm lang, zonder krullen. Korte, zachte, dichte ondervacht.

Kleur
Wit.

Schofthoogte
28 cm.

Gewicht
6-8 kg.


  “MAM, MAG IK EEN HOND?”

Of een kat, of een konijn… Heel veel kinderen komen vroeg of laat met deze vraag. Dieren oefenen nu eenmaal een grote aantrekkingskracht uit op bijna alle kinderen. Al van kleins af aan is de dierentuin of kinderboerderij een geliefd uitje. En een dier helemaal voor jezelf in je eigen huis, dat is natuurlijk helemáál fantastisch. Het is inmiddels wel bekend dat kinderen die opgroeien met dieren in huis en ook de verzorging (mee-)doen, daar veel baat bij hebben. Ze leren spelenderwijs verantwoordelijk te zijn voor een ander, wat ‘zorgen voor’ eigenlijk inhoudt. En als een dier ziek wordt of zelfs overlijdt, is dat natuurlijk een vervelende, maar wel leerzame ervaring voor het latere leven. En een huisdier is natuurlijk vooral een heel speciale vriend. Snuffie of Knabbel heeft altijd een luisterend oor, alle tijd, en oordeelt nooit. Soms krijgt de hond of kat eerder te horen wat uw kind bezig houdt, dan uzelf! Kinderen vinden het heerlijk om te knuffelen en te kletsen met hun beestje, en in veel gevallen ontstaat er een bijzondere band. Genoeg reden dus om uw huishouden uit te breiden met een harig nieuw vriendje. Toch zijn er wel een paar punten waar u goed over na moet denken, voordat u overgaat tot de gezinsuitbreiding. Dit artikel is bedoeld om u daarmee een eindje op weg te helpen.

Is mijn kind oud genoeg om zelf voor een huisdier te zorgen?

Dat verschilt natuurlijk per kind. Maar er zijn wel globale richtlijnen te geven. Kinderen onder de 8-10 jaar kunnen nog niet zelf voor een dier zorgen. Alle handelingen, ook het spelen met het dier, schoonmaken van het hok, enz. moeten eigenlijk onder toezicht van een volwassene plaatsvinden. Hoe tam en lief een huisdier ook is, het blijft een dier en kan onvoorspelbaar reageren. Bijvoorbeeld omdat een heel onschuldige beweging van uw kind door het dier wordt opgevat als een bedreiging. Een jong kind beseft dat zelf nog niet, en kan op zijn beurt weer schrikken van de reactie van het dier. Het is wel heel leuk, veilig en goed om samen met een jong kind voor een huisdier te zorgen. Samen leren oppakken, spelen en verzorgen kan prima, en zo krijgt u ook goed zicht op wat uw kind al kan. In de volgende nieuwsbrief volgen tips over de verzorging van kleine huisdieren. Houdt als vuistregel aan: voor kinderen onder de 8-10 jaar neemt ú het huisdier, niet zij. Als ú de verzorging voor een huisdier niet ziet zitten, begin er dan niet aan, hoe graag uw kind ook wil. Boven de 10 jaar kan een kind vaak wel zelfstandig met een dier omgaan. Natuurlijk maakt het wel verschil of het om een tam konijntje of een grote Dobermann gaat. U mag eigen verantwoording en een substantiele bijdrage aan de verzorging van het dier van uw kind verwachten. Maar ook hier geldt: u als ouder bent eindverantwoordelijk. Er is natuurlijk ook verschil tussen dieren die echt in het gezin leven, zoals katten en honden, en dieren die vooral in een kooi gehouden worden. Gezinshuisdieren lopen los rond in huis. In ieder huishouden gelden regels, en ook het huisdier zal zich daar in zekere zin aan moeten houden.
   
              Fout                                               Goed                                     Fout                                             Goed
    Niet alleen uitlaten        Samen met een volwassenen  Niet te stevig vasthouden/knuffelen Op schoot, de kat kan evt. weggaan

Mag de hond bij de tafel zitten als er gegeten wordt, mag de kat op bed slapen, dat soort dingen. Hier komt dus ook een stukje opvoeding -van het huisdier én uw gezinsleden- en consequent zijn bij kijken. Vooral bij honden is het belangrijk dat er echt een leider in het gezin is. Alle menselijke gezinsleden moeten in rangorde hoger zijn dan de hond. In de praktijk betekent dat, dat de hond dus ook moet leren luisteren naar de (jonge) kinderen. Dat kan best lastig zijn, want jonge kinderen kunnen hun eigen gedrag en hoe dat overkomt op de hond nog niet goed inschatten. Gelukkig gaat het in de meeste gezinnen prima. Als u uw kind actief betrekt bij de manier waarop u met de hond omgaat, en uitlegt wat u doet en waarom, leren zij vanzelf goed om te gaan met dieren. Heel belangrijk is ook hier weer: hoe lief en vertrouwd een hond ook is, laat (jonge) kinderen NOOIT zonder toezicht met de hond alleen. Juist als u -de leider- weg bent, kan de hond zijn 'kans schoon zien' en zich heel anders gedragen dan met u in de buurt. Neem gewoon geen risico.

Mijn kind wil écht heel graag een huisdier, maar wat als het nieuwtje eraf is?

Tja, dat komt best vaak voor. Een kind wil dolgraag een kat of konijn, vooral als het nog zo'n schattig jong beestje is. Maar een huisdier wordt groot en kan afhankelijk van de soort wel 18 jaar oud worden! En kinderen doen over het algemeen niet aan lange termijn planning. Het is dus verstandig om uit te zoeken of uw kind écht graag wil, of dat het om een voorbijgaande wens gaat. Bespreek goed met uw kind wat de verzorging van het dier inhoudt. Spreek af wat de taken van uw kind worden, en wat u zelf doet. Wat gebeurt er als het diertje ziek wordt? Hoe oud kan het dier worden en wil uw kind al die tijd aandacht aan het dier blijven geven? En kan uw kind een eventueel verlies al aan? Hamsters en ratjes worden bijv zelden ouder dan 2 jaar, en zijn mede om die reden minder geschikt voor heel jonge kinderen. Vraag bijv. eens het huisdier van vrienden die een paar weken op vakantie gaan te logeren. En laat uw kind ervoor zorgen, natuurlijk wel terwijl u een oogje in het zeil houdt. Ook het opruimen van uitwerpselen, enz. Is het enthousiasme er na een paar dagen wel af? Begin er dan zelf niet aan, tenzij u graag helemaal zelf voor het dier zorgt natuurlijk. Of kan uw kind maar met moeite afscheid nemen na die paar weken? Dan heeft u een echte dierenvriend in huis, en maakt u uw zoon of dochter waarschijnlijk dolblij met een eigen huisdier.

Welk dier is geschikt voor mijn kind?

Voor honden en katten geldt eigenlijk dat het huisdier moet passen bij het hele gezin. Katten zijn redelijk zelfstandig, maar tussen honden zitten grote verschillen. Een hondenras dat superconsequente leiding nodig heeft en weinig sociaal is, is bijv. niet zo geschikt als eerste hond voor een gezin met jonge kids. Een lekker speelse Golden Retriever juist weer wel. Er zijn ontzettend veel rassen en typen, en het is heel goed om u van tevoren een beetje te verdiepen in wat u zoekt. Er zijn heel veel boeken over honden- en kattenrassen te koop, en u kunt natuurlijk ook altijd contact met onze praktijk opnemen voor een goed advies van uw dierenarts. Knaagdieren en konijnen zijn ook geliefde huisdieren voor kinderen. Toch is niet alles wat klein en wollig is, automatisch geschikt voor kinderen. 



Konijnen hebben bijv. veel beweging nodig. Ze moeten een paar uur per dag los kunnen rennen, of een heel ruim hok tot hun beschikking hebben. Een binnenhok is daarvoor per definitie te klein. Gelukkig zijn konijnen heel zindelijk, dus het is prima te doen om ze binnen los te laten lopen. Zorg er wel voor dat ze niet kunnen knagen aan losliggende kabels of uw meubilair. En blijf er voor de zekerheid altijd bij. Als u samen met uw kind het konijn leert los te lopen, kan een kind vanaf ongeveer 10 jaar zonder toezicht samen met een loslopend konijn spelen. Konijnen kunnen 10-12 jaar oud worden. Konijnen zijn ook echte groepsdieren. Het konijn zal zich veel prettiger voelen samen met een ander konijn. Overweeg dus eens om er twee tegelijk aan te schaffen. Voor de verzorging maakt het immers weinig verschil. Denk er wel om, dat konijnen niet voor niets de reputatie hebben te fokken als... juist ja. Twee vrouwtjes of twee mannetjes samen geeft in elk geval geen jonkies, maar er kan wel territoriumstrijd zijn. Eén of beide steriliseren of castreren kan in zo'n geval uitkomst bieden.

Voor cavia's geldt eigenlijk hetzelfde als voor konijnen. Ook dit zijn groepsdieren, die zich met twee of meer het fijnst voelen. Cavia's maken meer geluid dan konijnen: ze communiceren met allerlei piepjes. Heel gezellig, maar ze doen dat ook in het donker en scharrelen dan ook door de kooi. Even rekening mee houden dus als de kooi op een slaapkamer komt te staan. Alle dieren kunnen er slecht tegen om te vallen, en cavia’s in het bijzonder. Leer een kind dus heel goed hoe een cavia opgepakt moet worden, en laat een onzeker kind dat liever niet alleen doen, om te voorkomen dat de cavia valt.

Hamsters zijn er in twee gangbare soorten: de kleine (russische) dwerghamster, en de wat grotere goudhamster. Overigens kunnen beide allerlei kleuren hebben. De dwerghamster is wat vriendelijker en kan met twee tegelijk gehouden worden. De goudhamster is echt een solitair dier, wat betekent dat ze geen soortgenoten in de buurt willen hebben. Voor beide hamstersoorten geldt, dat het echte nachtdieren zijn. 's Nacht maken ze vele kilometers (vandaar dat een looprad echt nodig is voor deze diertjes) en produceren daarbij het nodige lawaai. Overdag slapen ze weggekropen in een zelfgebouwd holletje, en willen (en mogen) dan ook echt niet gestoord worden. Daar valt dus weinig aan te beleven voor een kind dat graag met zijn huisdier speelt. Een hamster kan bovendien flink van zich afbijten met heel scherpe tandjes. Ze worden ongeveer 2 jaar oud. Dit alles samen maakt hamsters tot minder geschikte huisdieren voor jonge kinderen. Een wat ouder kind met geduld kan m.n. een dwerghamster wel goed handtam maken, en er een leuk rustig vriendje aan hebben.

Ratten
hebben de naam vieze, gemene dieren te zijn. En die kale staart...menigeen gruwt ervan. Onterecht, want het zijn heel slimme, vriendelijke en juist heel schone dieren. En die staart is misschien niet mooi, maar kijk dan eens naar dat guitige koppie... Ratjes zijn heel geschikte huisdieren voor kinderen. Ratten zijn erg nieuwsgierig en hebben een groot leervermogen. Je kunt ze leren te komen als je roept, ze reageren op hun naam, en voor wie dat leuk vindt kun je ze ook kunstjes leren. Door hun speelse, onderzoekende aard is het -meer dan bij andere knaagdieren- makkelijk om echt een persoonlijke band met een rat op te bouwen en samen te spelen. En dat is voor kinderen een groot pluspunt, want daardoor raken ze niet snel op elkaar uitgekeken. Een rat is tamelijk zindelijk, waardoor ze goed los kunnen lopen. Wel oppassen dat ze niet gaan knagen aan kabels of meubilair. Ratten zijn overdag en 's nachts regelmatig actief, afgewisseld met slaapperiodes. Ratjes zitten graag met meerdere samen. Om ongewenste nestjes te voorkomen, is het heel goed mogelijk om de mannetjes te castreren. Ze worden ongeveer 2,5 jaar oud.